Ongelijkmatige zakking a.g.v. bodemdaling door gaswinning

De Commissie Bodemdaling heeft in 1987 laten onderzoeken of de bodem ongelijkmatig gaat zakken als gevolg van bodemdaling door gaswinning. Door ongelijkmatige zakking kan er schade aan gebouwen ontstaan. Het onderzoek richt zich op 2 mogelijke oorzaken van ongelijkmatige zakking. De eerste oorzaak betreft ongelijkmatige zakking doordat bestaande of nieuwe scheuren in het gasvoerend gesteente zich naar het aardoppervlakte doorzetten (deelonderzoek 1). De tweede mogelijke oorzaak is ongelijkmatige zakking door verandering van het waterpeil. Als het waterpeil niet goed aan de bodemdaling wordt aangepast kunnen lokale zakkingen (zettingen) van de ondergrond optreden (deelonderzoek 2).
 
Uit deelonderzoek 1 komt naar voren dat bij een bodemdaling van 10 meter pas een reŽle kans bestaat dat breuken in het gasvoerend gesteente zich naar het oppervlakte voortplanten. Als van zeer ongunstige randvoorwaarde wordt uitgegaan is nog altijd een bodemdaling van 2 meter noodzakelijk voordat breuken zich naar het oppervlakte voortplanten. De te verwachten maximale bodemdaling zal volgens de laatste prognose tussen 40 en 54 cm bedragen. Schade aan gebouwen door breuken die door lopen tot aan het oppervlakte mag daarom uitgesloten worden geacht.  
 
Uit deelonderzoek 2 blijkt dat de waterpeilen niet te veel mogen zakken ten opzicht van het maaiveld, omdat anders gebouwschade niet kan worden uitgesloten. In de onderstaande tabel is de maximale verlaging van de waterpeilen en de grondwaterstanden gegeven voor verschillende grondsoorten.
 
Bodem voornamelijk
opgebouwd uit
Toelaatbare verlaging
grondwaterstand in cm
Toelaatbare verlaging
waterpeil in cm
 
 zand
klei
veen met kleidek
 
24
10
7
 
30
20
10
 
Deelonderzoek 1 is uitgevoerd door Koninklijke Shell Exploratie en Productie Laboratorium te Rijswijk en geauthoriseerd door het Staatstoezicht op de Mijnen. Deelonderzoek 2 is uitgevoerd door Ingenieursbureau Grondmechanica te Delft, het Instituut TNO voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies te Rijswijk en Ingenieursbureau Tauw BV te Deventer.
 
In rapporten van deelonderzoek 1 en deelonderzoek 2 zijn de resultaten van de studie naar ongelijkmatige zakkingen uitgebreid beschreven.